Het eerste getal: het aantal kanalen

Het eerste getal in bijvoorbeeld "3.1" geeft aan hoeveel losse geluidskanalen de soundbar heeft. Een 2.0-soundbar heeft simpelweg een links- en een rechtskanaal, zoals bij een gewone stereo-installatie. Een 3.1-soundbar voegt daar een apart middenkanaal aan toe, dat speciaal is afgestemd op dialoog, waardoor stemmen in films en series duidelijker naar voren komen.

Vanaf 5.1 krijg je ook achterkanalen, wat voor een echt ruimtelijk surroundgevoel zorgt: geluid lijkt dan niet alleen van voren te komen, maar ook van opzij of achter je.

Het tweede getal: de subwoofer

Het getal na de punt geeft aan of er een subwoofer bij het systeem hoort. Een 2.1-soundbar heeft dus twee kanalen plus een subwoofer voor de lage tonen. Zonder die subwoofer (dus een 2.0-systeem) mist het geluid vaak diepgang bij explosies, motoren of bas in muziek.

Soms zie je een derde getal, zoals bij 5.1.2. Dat laatste cijfer staat voor het aantal Dolby Atmos-kanalen, die geluid ook van boven kunnen laten komen voor een nog completer effect.

Hoeveel kanalen heb je in de praktijk nodig

Voor de meeste huiskamers is een 2.1 of 3.1-soundbar al een flinke verbetering ten opzichte van standaard tv-speakers, zeker als heldere dialoog je belangrijkste wens is. Kijk je regelmatig films met veel actie of wil je echt het gevoel van een bioscoop, dan is 5.1 of hoger de moeite waard. Extra achterspeakers of Atmos-kanalen zijn vooral interessant als geluid voor jou net zo belangrijk is als beeld.

Kort samengevat

  • Het eerste getal is het aantal geluidskanalen
  • Het tweede getal (na de punt) geeft de subwoofer aan
  • 2.1 of 3.1 is een goede basis voor de meeste huiskamers
  • Vanaf 5.1 krijg je echt ruimtelijk surroundgeluid

Onze keuzehulp vraagt naar hoe je de soundbar gaat gebruiken, en laat zien welk type het beste bij jouw wensen past.